Brief december 2020

Beste VVA-vrienden


Over de positieve punten van de coronacrisis spreken is delicaat, zeker wanneer je aan de talloze gezinnen denkt die met rouw en ziekte te kampen kregen en aan al wie in zijn beroepsleven en zijn inkomen getroffen werd.

Wellicht houden we het best bij het Engelse ‘splendid isolation’: eenzaamheid is een vorm van vrijheid. Dit jaar lagen onze tuinen er erg verzorgd bij, werd een vervelende huishoudelijke klus eindelijk opgeknapt, hebben we onbetreden wandelwegen ontdekt of is er leesachterstand ingelopen.

Het is alsof we een dieet volgen dat niet te lang mag duren, want wie alleen is bevindt zich in slecht gezelschap. Daarom staat het VVA bestuur te popelen om opnieuw activiteiten aan te bieden.

Alleen weten we nog niet wanneer die zullen plaats hebben. Integendeel, we moeten u de afgelasting meedelen van de voordracht van Jan Dumoulyn over het middeleeuwse Brugge op 12 februari en van de algemene ledendag op 27 maart waarvan VVA Brussel de organisatie in handen had.

We blijven echter niet bij de pakken zitten en volgen de situatie op de voet, te meer daar we nog heel wat te vieren hebben. Ons gouden jubileum heeft het lot ondergaan van de Olympische Spelen. We zullen des te meer ruchtbaarheid geven aan de uitgestelde versie ervan.

We willen jullie in de komende maanden niet alleen laten. Naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan, werken we aan een gedenknummer van ’t Ezelsvel dat gestoffeerd wordt met interviews met markante personen uit onze vereniging, allerlei anekdotes en spitse uitspraken. In de loop van de komende maanden worden artikels al digitaal verspreid. Op die manier zullen jullie regelmatig aan VVA terugdenken.

Bij de feestelijke jubileumreceptie die er ooit zal komen, krijgt iedereen een papieren exemplaar. Op die manier komt VVA op ieders salontafel, wat de bedoeling is.

Als bijlage het artikel over de genesis van VVA dat ons terugbrengt naar het begin van de jaren zeventig en de evolutie van de vereniging beschrijft. In het Ezelsvel 102 vinden jullie het in memoriam van onze vroegere voorzitter Jacques Vanden Abeele die ons op vier december verlaten heeft.

Veel leesgenot en natuurlijk: onze beste wensen voor 2021, een jaar waarin we geleidelijk aan zullen ontdekken hoe fijn het is om onbezorgd samen te zijn.

Het bestuur van VVA - Regio Brugge

Bruno Comer, voorzitter
Eric Vienne, secretaris Roland Baert Jan De Graeve
Marie Jeanne Deschepper
Christine Dieryck Rony Fevery
Machteld Lenoir
Véronique Soulliaert


Bijlagen:

  • - De genesis van VVA
  • - Ezelsvel 102


De sterke start van VVA Regio Brugge


Twee mei 1970 was het huwelijksfeest van Suus Demey en Bob Vanhaverbeke, maar kan ook als de genesis van onze vereniging beschouwd worden. De oom van de bruid, die voorzitter was in Roeselare, zette toen zijn pas aangetrouwde neef aan om een afdeling in Brugge op te richten. Dan Glas, die met Lut Vanhaverbeke getrouwd is, was de derde persoon die aan dat gesprek deelnam.

De twee schoonbroers konden al met een zekere basis van start gaan. Het ‘Verbond der Vlaamse Academici’, zoals dat toen heette, was opgericht in 1960 als opvolger van het ‘Algemeen Vlaams Oud-Hoogstudentenverbond’ dat op zijn beurt voortgesproten was uit het ‘Katholiek Vlaams Oud-Hoogstudentenverbond’, waar Corneel Heymans (Nobelprijswinnaar Geneeskunde, in 1938) en Ernest Claes nog actief in geweest zijn. Een nog verdere voorloper was ‘Rodenbach’s vrienden’ dat de nagedachtenis van de vroeg gestorven Albrecht wilde eren die in 1880 op 23-jarige leeftijd overleed.

Het nationaal secretariaat in Antwerpen rekruteerde ook in onze contreien en zo waren al een dertigtal Bruggelingen lid van VVA Nationaal, nog voor de afdeling ‘Brugge Oostkust Houtland’ met haar activiteiten startte. Dat lidmaatschap gaf recht op twee tijdschriften: Vivat Academia en het blad van het Algemeen Nederlands Verbond. Op dat ogenblik was er al een VVA-afdeling actief in Oostende, Ieper, Kortrijk en Roeselare en werd er ieder jaar een provinciale gouwdag georganiseerd.

Laagdrempelig
De sfeer van mei ’68 was toen erg levendig. ‘Engagement’ en ‘inspraak’ waren toen modewoorden en die stemming heerste ook bij de vereniging die nog in de startblokken stond. De ‘jonge Turken’ wilden niet zomaar bestaande paden betreden. Hun vereniging mocht geen ‘Davidsfonds voor intellectuelen’ worden. Ze moest laagdrempelig blijven en kameraadschap zou het halen op prestige. De voordrachten gingen niet gepaard met een maaltijd en er was geen systeem van ‘peterschap’, zoals de andere verenigingen dat kennen. Naast het beperkte bestuur, kwam er een meer uitgebreid oprichtingscomité waarvan een aantal bekende Bruggelingen deel uitmaakten, die met belangstelling keken wat de nieuwbakken organisatie zou uitrichten. Het telefoonboek werd afgeschuimd zodat iedere Brugse academicus ooit wel een uitnodiging zal ontvangen hebben om lid te worden.

Via Paul Dewispelaere, die medicijnen ging halen bij apotheek Vanhaverbeke, slaagden de jonge intellectuelen erin om Jef Geeraerts als gastspreker van de openingsactiviteit in Brugge te krijgen. De schrijver van het beruchte ‘Gangreen I – Black Venus’ had het over ‘Is schrijven ontluisteren?’ en lokte meer dan honderd belangstellenden. Tijdens de vraagstelling werd hij door een aantal dames op de rooster gelegd over het thema seks en liefde. Geeraerts beantwoordde vlot hun vragen, ook tijdens de receptie, en aarzelde niet om - kennelijk met succes - een toehoorster het hof te maken.

De Brugse pers bracht verslag uit over de voordracht en het bestuur voelde zich gesterkt door die aandacht. In die tijd was de technologie voor het verenigingsleven beperkt tot stencils en de telefoon. De bestuursleden zetten doorgaans een viertal activiteiten op poten en nodigden de leden dan uit om eraan deel te nemen. Een jaarprogramma was er niet. Het papierwerk gebeurde ’s avonds, bij iemand thuis, met behulp van een aantal vrijwilligers. Op die manier werd de administratieve klus op een gezellige manier geklaard. Een bestuursvergadering eindigde ooit met een bezoek aan een stripteasebar.

Prestigieuze affiches
Door de stoute schoenen aan te trekken, konden de jonge bestuursleden de meest wilde initiatieven vorm geven. Zo ontstond op een familiale koffietafel bij Dan en Bob op een zondagnamiddag de idee om Frans Van der Elst en François Perin uit te nodigen, twee tenoren in het communautaire debat. De dienst inlichtingen van de RTT gaf hun privé telefoonnummers door en een paar uren laten waren de afspraken gemaakt.

De regionalisering was ook het thema van een debat met Jos Chabert, Hugo Schiltz, Willy De Clercq en Frank Van Acker, met Jan Ceuleers als moderator. Een dergelijke affiche ging natuurlijk niet onopgemerkt voorbij in Brugge. Dat was ook het geval met het abortusdebat waar vooraanstaanden van zeer verschillende gezindheden aan deelnamen. Een avond rond historicus Luc Schepens over mei ’40 en het begin van de Koningskwestie werd uitgesteld om de gouverneur van Outryve d’Ydewalle, een kroongetuige van dit gebeuren, toe te laten die voordracht bij te wonen. Op een poëzie-avond kreeg onze vereniging alle Brugse dichters samen die het prettig vonden om op die manier met hun publiek in contact te komen.

De kwaliteit van het programma bepaalde het succes van de vereniging. Op haar hoogtepunt telde ze meer dan 500 leden. Aanvankelijk maakten vooral beoefenaars van een vrij beroep deel uit van het ledenbestand, van wie enkelen gemakkelijk de portefeuille boven haalden als de drank moest betaald worden. Halfweg de jaren zeventig lukten onderwijsmensen, zoals Ferre Mollet, Gwij Steel en Yves Dehaene erin een aantal collega’s lid te maken. In die periode had het onderwijs een weddeverhoging bedongen, zodat er meer armslag kwam om aan het maatschappelijk leven deel te nemen. Zo ontstond een mooie mengeling van beroepen, voor velen was het een verademing om eens informeel buiten de professionele kring te treden.

‘In een klein stationnetje’
Er werd in die tijd immers veel gefeest en gezongen bij de VVA. Er was niet meer nodig dan een goed overgoten maaltijd, een muziekinstallatie met grote boxen en een spirituele animator om enkele onvergetelijke uurtjes te produceren. Lollig waren de fietstochten voor het hele gezin rond het thema ‘In een klein stationnetje’, waarbij het gezelschap afstapte aan een godvergeten perron in de Westhoek of de Vlaamse Ardennen voor een stevige tocht op gehuurde fietsen, met een barbecue als orgelpunt. Die daguitstappen groeiden uit tot goed voorbereide meerdaagse reizen, waarop VVA Regio Brugge nog altijd een patent heeft.

Naarmate het ledenbestand verouderde, wijzigde ook het profiel van de vereniging. Van in de jaren negentig stelde men vast dat jongeren de weg naar onze vereniging niet meer vonden. Er werd alleen nog in de oudere leeftijdsgroepen gerekruteerd, het werd allemaal rustiger en gezetter. De traditie die in de jaren zeventig en tachtig uitgebouwd werd, heeft voor een stevige veerkracht gezorgd. Het ledenaantal kalfde af, maar bleef op een behoorlijk peil zodat in de voorbije twintig jaar de bloei bleef duren - ook al begon die wat naar de mottenballen te ruiken.

 


’t Ezelsvel
Postiljon van de Vlaamse Academici – Regio Brugge
Nr. 102 – december ‘20

FAMILIENIEUWS


Oud-Voorzitter Jacques Vanden Abeele overleden
Op vier december is Jacques Vanden Abeele op 81-jarige leeftijd overleden in het woonzorgcentrum Minnewater waar hij sinds enkele jaren verpleegd werd. Jacques was drie jaar lang, van 1992 tot 1995, voorzitter van onze vereniging.

Samen met Evelyne, die eerder dit jaar stierf, vormde Jacques een sympathiek koppel dat vooral opviel door zijn nuchterheid en milde, droge humor. Als kantoordirecteur van de toenmalige BBL (later ING) combineerde hij zijn voorzitterschap met een drukke job die het gezin op diverse plaatsen in het Vlaamse land bracht. Zelf telg uit een bekende Brugse familie, vond hij dat de Bruggelingen te sterk aan hun eigen stad vasthielden.

Tijdens zijn voorzitterschap hanteerde Jacques zijn gekende stijl: rustig, geen potten breken, proberen beter te doen als het eens tegenviel. Nadat Gwij Steel hem opgevolgd had, bleef hij deel uitmaken van de adviesraad waar hij een aantal interessante voorstellen deed. Zijn belangstelling ging vooral uit naar sociaal-economische thema’s.

Jacques werd voortijdig getroffen door ouderdomskwalen. Zo had hij te kampen met een toenemende doofheid. Als je hem aansprak, keek hij je vol sympathie aan. Hij was blij er nog bij te horen.

Aan zijn kinderen en kleinkinderen bieden we onze oprechte deelneming aan.


Wil je ook iets kwijt in ’t Ezelsvel? Neem contact op met Bruno Comer, Weststraat 35, 8340 Damme. Tel. (050) 50 00 86 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..